Wanneer richt een Nederlandse webwinkel zich op de Duitse markt?

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on pinterest
Share on email

Delen

Pammer, die in Oostenrijk woont, heeft een vordering ingesteld tegen Reederei Karl Schlüter, een in Duitsland gevestigde onderneming, met betrekking tot een reis per vrachtschip van Triëste (Italië) naar het Verre Oosten die door deze onderneming is georganiseerd en waarover beide partijen een overeenkomst hebben gesloten. Pammer heeft geweigerd om in te schepen en heeft terugbetaling gevorderd van de prijs die hij voor deze reis had betaald omdat deze beschrijving volgens hem niet overeenstemde met wat op het schip werd aangeboden. Aangezien Reederei Karl Schlüter slechts een deel van deze prijs, namelijk ongeveer 3500 euro, heeft terugbetaald, heeft Pammer voor een Oostenrijkse rechtbank betaling gevorderd van het saldo, ongeveer 5000 euro, vermeerderd met rente. Hotel Alpenhof, de onderneming die het gelijknamige hotel in Oostenrijk exploiteert, heeft een vordering ingesteld tegen een consument, Heller, die in Duitsland woont. Nadat Heller dit hotel via de internetsite ervan had leren kennen, heeft hij meerdere kamers geboekt voor één week, rond 1 januari 2008. Zijn boeking en de bevestiging ervan geschiedden via e-mail. De internetsite van het hotel vermeldt daarvoor een adres. Heller heeft zijn beklag gedaan over de door het hotel verleende diensten en het hotel verlaten zonder zijn rekening te betalen, ondanks de door Hotel Alpenhof aangeboden korting. Daarop heeft Hotel Alpenhof bij een Oostenrijkse rechtbank een vordering ingesteld tot betaling van een bedrag van ongeveer 5000 euro. In beide geschillen heeft het Oberste Gerichtshof in Wenen (Oostenrijk) de volgende vraag aan het EuGH voorgelegd:

Is er reeds sprake van het ‘richten’ van een activiteit op een lidstaat in de zin van artikel 15, lid 1, sub c, van [verordening nr. 44/2001], wanneer de website van de wederpartij van de consument op internet kan worden geraadpleegd?
Hierop moest het Hof een antwoord vinden. En dit luidt (arrest van 07-12-2010 C-585/08 en C-144/09):
Om vast te stellen of een ondernemer wiens activiteit op zijn internetsite of die van een tussenpersoon wordt voorgesteld, kan worden geacht zijn activiteit te ‘richten’ op de lidstaat waar de consument woonplaats heeft in de zin van artikel 15, lid 1, sub c, van verordening nr. 44/2001, dient te worden nagegaan of vóór de eventuele sluiting van een overeenkomst met de consument uit deze internetsites en de algemene activiteit van de ondernemer blijkt dat deze van plan was om handel te drijven met consumenten die woonplaats hebben in één of meerdere lidstaten, waaronder die waar deze consument woonplaats heeft, in die zin dat hij bereid was om met deze consumenten een overeenkomst te sluiten. De volgende factoren, waarvan de lijst niet uitputtend is, kunnen aanwijzingen vormen dat de activiteit van de ondernemer is gericht op de lidstaat waar de consument woonplaats heeft: · het internationale karakter van de activiteit, · routebeschrijvingen vanuit andere lidstaten naar de plaats waar de ondernemer is gevestigd, · het gebruik van een andere taal of munteenheid dan die welke gewoonlijk worden gebruikt in de lidstaat waar de ondernemer gevestigd is en de mogelijkheid om in die andere taal de boeking te verrichten en te bevestigen, · de vermelding van een telefoonnummer met internationaal kengetal, · uitgaven voor een zoekmachineadvertentiedienst die worden gemaakt om consumenten die in andere lidstaten woonplaats hebben gemakkelijker toegang te verlenen tot de site van de ondernemer of diens tussenpersoon, · het gebruik van een andere topleveldomeinnaam dan die van de lidstaat waar de ondernemer gevestigd is, en · de verwijzing naar een internationaal clientèle dat is samengesteld uit klanten die woonplaats hebben in verschillende lidstaten. Het staat aan de nationale rechter om na te gaan of deze aanwijzingen voorhanden zijn. De loutere toegankelijkheid van de internetsite van de ondernemer of de tussenpersoon in de lidstaat waar de consument woonplaats heeft is daarentegen onvoldoende. Hetzelfde geldt voor de vermelding van een e-mailadres en andere contactgegevens of voor het gebruik van een taal of een munteenheid wanneer deze taal en/of een munteenheid gewoonlijk worden gebruikt in de lidstaat waar de ondernemer gevestigd is.
Toegepast op de aanvankelijk gestelde vraag zijn het dus hoofdzakelijk de volgende criteria die tot toepassing van Duits recht op Nederlandse webwinkels zullen leiden:
  • gebruik van de Duitse taal
  • bestelmogelijkheid in het Duits
  • Duits telefoonnummer
  • zoekmachineoptimalisatie in Duitsland
  • gebruik van een .de-domein
]]>

Wil jij ook de Duitse markt veroveren?
Neem vrijblijvend contact met ons op.

admin
admin

Mis niks over de Duitse markt! Schrijf je in voor onze nieuwsbrief…