Waarom mag een Duitse rechtbank een Nederlandse webwinkel vonnissen?

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on pinterest
Share on email

Delen

Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Nederlandstalige versie – vervolgens EGVO genoemd). Dat het een verordening van de EU betreft en niet een richtlijn is erg belangrijk. Want richtlijnen zijn onder privaten pas van toepassing zodra de nationale wetgever de beginselen van de richtlijn heeft omgezet in nationale wetgeving. Bij een EG-verordening is dat immers niet nodig: verordeningen zijn vanaf het moment van in werking treden direct tussen privaten geldig. Dat betekent dat de genoemde verordening zowel door Duitse als van Nederlandse rechters onmiddellijk gehanteerd moet worden. En wat zegt nu de EG-verordening over de bevoegdheid van de buitenlandse rechter? Er bestaat een verschil tussen diverse gevallen. Laten we voor het gemak de twee meest voorkomende voorbeelden noemen: Geval 1:

Een concurrent op de Duitse markt is van mening dat een Nederlands bedrijf door het verzwijgen van zijn identiteit (gebrek van een duidelijk impressum waaruit blijkt dat het om een buitenlandse eigenaar gaat) de regels met betrekking tot een redelijke concurrentie overtreedt. Het maakt niet uit of het Nederlands bedrijf een .de-domein handhaaft of gewoon op zijn Nederlandse website een vertaling naar het Duits heeft aangebracht. Door een .de-domein of een naar het Duits vertaalde website te gebruiken laat het Nederlands bedrijf zien dat het hem daarom gaat Duitse klanten op de Duitse markt aan te trekken. Omdat de concurrent ook in Duitsland bezig is en omdat de potentiële klanten ook de site in Duitsland lezen is Duitsland de plaats waar de inbreuk op de concurrentieregels plaatsvindt. Onredelijke concurrentie wordt beschouwd als onrechtmatige daad. En artikel 5 nr. 3 EGVO bepaalt:
‘Een persoon die woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat, kan in een andere lidstaat voor de volgende gerechten worden opgeroepen: … ten aanzien van verbintenissen uit onrechtmatige daad: voor het gerecht van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen;’
Dus de wet geeft de Duitse rechter in dit geschil de bevoegdheid om over een dergelijke overtreding recht te spreken.
Geval 2:
Een consumentenvereniging vindt dat de algemene voorwaarden van een op de Duitse markt gericht Nederlands bedrijf niet in overeenstemming zijn met de Europese of binnenlandse wettelijke regels over de consumentenbescherming. Voorbeeld: het Nederlandse bedrijf heeft gewoon zijn Nederlandse algemene voorwaarden vertaald en gaat ervan uit dat het herroepingsrecht binnen zeven dagen uitgeoefend mag worden, terwijl deze termijn in Duitsland ten minste veertien dagen moet zijn. In dit geval wordt in artikel 15 EGVO bepaald:
  1. Voor overeenkomsten gesloten door een persoon, de consument, voor een gebruik dat als niet bedrijfs- of beroepsmatig kan worden beschouwd, wordt de bevoegdheid geregeld door deze afdeling, onverminderd artikel 4 en artikel 5, punt 5, wanneer…
  2. … de overeenkomst is gesloten met een persoon die commerciële of beroepsactiviteiten ontplooit in de lidstaat waar de consument woonplaats heeft, of dergelijke activiteiten met ongeacht welke middelen richt op die lidstaat, of op meerdere staten met inbegrip van die lidstaat, en de overeenkomst onder die activiteiten valt.’
Voor alle zekerheid heeft de Europese wetgever nog in artikel 17 gezegd:
‘Van deze afdeling kan slechts worden afgeweken door overeenkomsten:
  1. gesloten na het ontstaan van het geschil, of
  2. die aan de consument de mogelijkheid geven de zaak bij andere gerechten dan de in deze afdeling genoemde aanhangig te maken, of
  3. waarbij een consument en zijn wederpartij, die op het tijdstip waarop de overeenkomst wordt gesloten woonplaats of hun gewone verblijfplaats in dezelfde lidstaat hebben, de gerechten van die lidstaat bevoegd verklaren, tenzij het recht van die lidstaat dergelijke overeenkomsten verbiedt.’
Hiermee wordt uitgesloten dat een Nederlandse ondernemer in zijn voor de Duitse markt bestemde algemene voorwaarden probeert Nederlands recht contractueel van toepassing te verklaren.
Dus ook op het gebied van consumentenbescherming ligt in wezen de bevoegdheid bij de rechter van dat land waarin de consument zijn woonplaats heeft.
Conclusie: De vraag naar de bevoegdheid van Duitse rechters is daarmee beantwoord. Maar dat was maar alleen de vraag met betrekking tot de internationale burgerlijke rechtsvordering. Daarnaast rijst dan de volgende vraag: Welk nationaal recht moet de rechter in gevallen van grensoverschrijdende geschillen gebruiken? De bevoegdheid betekent namelijk nog niet dat hij vanzelfsprekend Duitse wetten mag toepassen. Deze vraag kan niet beantwoord worden uit de EGVO. De antwoord moet de – bevoegde – rechter alsnog zoeken in het internationaal privaatrecht. Interessante artikelen: Wanneer richt een Nederlandse webwinkel zich op de Duitse markt? Welk nationaal recht is van toepassing?]]>

Wil jij ook de Duitse markt veroveren?
Neem vrijblijvend contact met ons op.

admin
admin

Mis niks over de Duitse markt! Schrijf je in voor onze nieuwsbrief…